Een toponymische toenaam kon sedert eeuwen erfelijk zijn in een bepaald geslacht, maar dat men er slechts sporadisch (door standsgevoel, ter verduidelijking) gebruik van maakte. Zo komen de leden van de Zundertse familie Van Lantschot van 1445 tot ca. 1585 vrijwel uitsluitend met patronymische toenamen in de bronnen voor (Henric Jan Christiaens, Jan Henric Christiaens, Jan Jacop Christiaens enz.). Slechts tegen het eind van de zestiende eeuw moet de vadersnaam Christiaens plaats maken voor de reeds lang bestaande herkomstnaam Van Lantschot.
Gelijkaardige voorbeelden vindt men bij tal van Noordbrabantse geslachten.
Het is bijgevolg niet ondenkbaar dat nakomelingen van een geslacht een verschillende familienaam gaan dragen en dat b.v. een tak van de familie Van Lantschot zich Christiaens is blijven noemen. Of ook dat bepaalde leden van een geslacht ver-namen zijn gaan voeren, terwijl een andere tak aan de oudere vander-vorm is blijven vasthouden. Zo is een tak van de Eindhovense familie Van den Dael Van Dael gaan heten, terwijl een andere zich Van den Dael is blijven noemen.
bron:Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen